15 november 2011
Opstaan (voor de laatste keer in dat kleine tentje)
Douchen (laatste keer afzien onder klein straaltje)
Ontbijt (laatste keer Nescafé en misgrijpen op de yoghurt)
De bestelde t-shirts worden geleverd, maar pas na een uur van wachten ("the guy is coming right now" zei Phumzile).
Wachten op het busje dat ons naar het vliegveld van Livingstone brengt, weer een uur. Onze rode truck is weer kapot, nu de versnellingsbak. Maxwell laat zich erg kennen bij het afscheid en gedraagt zich onbeleefd. Jammer
Om kwart over één vliegen we van Livingstone naar Johannesburg. Daar wachten we. Iedereen heeft verschillende vluchten vanaf Joburg. Van sommigen nemen we afscheid, anderen zijn al weg.
16 november 2011
Om middernacht vertrekken we als laatste van de groep. Slapen. Wakker, slapen. Om 10 uur zijn we weer op Nederlandse bodem.
Het is weer voorbij.
Het is koud.
Het is herfst.
Bah....
from cape town to victoria falls
woensdag 16 november 2011
Naar Zambia en de Victoria watervallen
13 november 2011
Drie uurtjes slaap - een beetje kort. We hebben een lange reis naar Zambia voor de boeg. Het is slechts 360 km, maar over een zeer erbarmelijke weg. Als een springbok dansen we richting Zambia.
Het is gekkenwerk - af en toe is de weg bedekt met een laagje zand. Als we achter een vrachtwagen zitten, wordt het zand opgewarreld en zitten we in eeen dikke stofwolk. Maxwell ziet niets meer en moet stoppen.
Hoewel we door een natuurpark rijden, is het landschap weinig interessant. Heel veel dood hout, soms afgebrand, aangestoken, om weer nieuw leven uit te lokken.
We stoppen in een dorpje bij een boabab boom. We hadden er al enkele gezien, onderweg, in de verte, maar nu staan we bij een boom die meer dan 1000 jaar oud is. Respect!!
De grensovergang tussen Botswana en Zambia kan ook voor lang oponthoud zorgen, maar dat valt mee. We stempelen aan de Botswana kant uit, steken met een pont de rivier de Zambezi over, Maxwell zorgt voor de formaliteiten bij de douane van Zambia. Kost wel een paar centen trouwens. In Zambia woont de geldwolf!
We rijden meteen door naar de Vic Falls, nabij het stadje Livingstone. Er is nu weinig water in de Zambezi, dus zijn de watervallen minimaal. Als de watervallen echter op volle sterkte zijn hangt er een dikke nevel en zijn de watervallen helemaal niet te zien.
We moeten ons haasten, krijgen we het idee, om daarna veel tijd te verliezen op de curio markt. Rare snuiters die verkopers, willen sokken ruilen tegen beeldjes...
We komen aan op het terrein van Waterfront, waar we twee nachten zullen verblijven. Eerst excursies boeken, een T-shirt bestellen... we betrekken de tent in het donker, ploegend door de blub met de koffer op de nek. Maxwell heeft er duidelijk geen zin meer in (ligt het aan de groep? Maxwell zelf? allebei?) en doet geen moeite meer om er nog wat van te maken.
14 november 2011
We nemen afscheid van Elodie, die een dag eerder naar huis moet. Haar werkgever vond drie weken lang genoeg en kon die ene dag meer niet door de vingers zien. Jammer voor haar.
We maken een rondvlucht over de Falls met Daniela. We gaan ook door de canyons, zien kuddes olifanten, helmaal geweldig!!
's Middags hebben we een Sunset Cruise. Laat de foto maar spreken! We zien hippo's, veel vogels, één krokodil. Het werd weer laat!
Drie uurtjes slaap - een beetje kort. We hebben een lange reis naar Zambia voor de boeg. Het is slechts 360 km, maar over een zeer erbarmelijke weg. Als een springbok dansen we richting Zambia.
Het is gekkenwerk - af en toe is de weg bedekt met een laagje zand. Als we achter een vrachtwagen zitten, wordt het zand opgewarreld en zitten we in eeen dikke stofwolk. Maxwell ziet niets meer en moet stoppen.
Hoewel we door een natuurpark rijden, is het landschap weinig interessant. Heel veel dood hout, soms afgebrand, aangestoken, om weer nieuw leven uit te lokken.
We stoppen in een dorpje bij een boabab boom. We hadden er al enkele gezien, onderweg, in de verte, maar nu staan we bij een boom die meer dan 1000 jaar oud is. Respect!!
De grensovergang tussen Botswana en Zambia kan ook voor lang oponthoud zorgen, maar dat valt mee. We stempelen aan de Botswana kant uit, steken met een pont de rivier de Zambezi over, Maxwell zorgt voor de formaliteiten bij de douane van Zambia. Kost wel een paar centen trouwens. In Zambia woont de geldwolf!
We rijden meteen door naar de Vic Falls, nabij het stadje Livingstone. Er is nu weinig water in de Zambezi, dus zijn de watervallen minimaal. Als de watervallen echter op volle sterkte zijn hangt er een dikke nevel en zijn de watervallen helemaal niet te zien.
We moeten ons haasten, krijgen we het idee, om daarna veel tijd te verliezen op de curio markt. Rare snuiters die verkopers, willen sokken ruilen tegen beeldjes...
We komen aan op het terrein van Waterfront, waar we twee nachten zullen verblijven. Eerst excursies boeken, een T-shirt bestellen... we betrekken de tent in het donker, ploegend door de blub met de koffer op de nek. Maxwell heeft er duidelijk geen zin meer in (ligt het aan de groep? Maxwell zelf? allebei?) en doet geen moeite meer om er nog wat van te maken.
14 november 2011
We nemen afscheid van Elodie, die een dag eerder naar huis moet. Haar werkgever vond drie weken lang genoeg en kon die ene dag meer niet door de vingers zien. Jammer voor haar.
We maken een rondvlucht over de Falls met Daniela. We gaan ook door de canyons, zien kuddes olifanten, helmaal geweldig!!
| de machtige Zambezi |
| hallo hallo wie stinkt daar zo? |
Makgadikgadi Pans
12 november 2011
Weer om half zes op, om zes uur wandelsafari. Brigitte, Corinne en Daniela gaan niet mee, en terecht, want we zien net zo weinig als de dagen ervoor, tegen beter weten in. Het lijkt wel of we kost wat kost het spel mee willen spelen.
De gidsen "zien" een wrattenzwijn, maar als de verrekijker tevoorschijn is gehaald is ie, het zwijn, net weg achter het gras.
Als we terug zijn van de wandeling hebben de achtergebleven polars nog geen mokoro ingeladen. Maxwell ontploft en met wat hulp van de groep zijn we in no time ingepakt. Uurtje peddelen.
De spullen worden uitgeladen, in de jeep geladen. De manager komt langs: de dief is gearresteerd, zit vast in de cel, is ontslagen. We horen het aan met gemengde gevoelens, bedanken de manager voor zijn verontschuldigingen voor het incident.
We gaan naar het Audi Camp om te douchen!! En... de oude, rode auto blijkt weer in orde. Deze wordt ingeruimd, en dan gaan we op pad, richting Nata.
Maxwell lijkt haast te hebben, rijdt knetterhard over de hobbelige weg, toetert al van verre als een ezel, paard of rund wat te dicht langs de kant van de weg staat te grazen. Het is eigenlijk lachwekkend. De beesten sjokken langzaam het vergeelde gras in.
We lunchen om 14 uur. Tegen het einde van de vakantie kan het ineens wel snel.
Het is bloedheet, vochtig. De douche geeft maar kort nut gehad. Bij een tankstation kopen we nog maar eens een lekker koel drankje.
Voor we inchecken in de lodges in Nata bezoeken we de Makgadikgadi Pans, een enorme zoutvlakte. Als er water is, fourageren hier de flamingo's, maar nu even niet - er is geen water te bekennen hier.
We komen even helemaal bij - hebben een eigen douche, dineren op het terras en gaan pas om 2 uur slapen (wijn, alweer).
Weer om half zes op, om zes uur wandelsafari. Brigitte, Corinne en Daniela gaan niet mee, en terecht, want we zien net zo weinig als de dagen ervoor, tegen beter weten in. Het lijkt wel of we kost wat kost het spel mee willen spelen.
De gidsen "zien" een wrattenzwijn, maar als de verrekijker tevoorschijn is gehaald is ie, het zwijn, net weg achter het gras.
Als we terug zijn van de wandeling hebben de achtergebleven polars nog geen mokoro ingeladen. Maxwell ontploft en met wat hulp van de groep zijn we in no time ingepakt. Uurtje peddelen.
De spullen worden uitgeladen, in de jeep geladen. De manager komt langs: de dief is gearresteerd, zit vast in de cel, is ontslagen. We horen het aan met gemengde gevoelens, bedanken de manager voor zijn verontschuldigingen voor het incident.
We gaan naar het Audi Camp om te douchen!! En... de oude, rode auto blijkt weer in orde. Deze wordt ingeruimd, en dan gaan we op pad, richting Nata.
Maxwell lijkt haast te hebben, rijdt knetterhard over de hobbelige weg, toetert al van verre als een ezel, paard of rund wat te dicht langs de kant van de weg staat te grazen. Het is eigenlijk lachwekkend. De beesten sjokken langzaam het vergeelde gras in.
We lunchen om 14 uur. Tegen het einde van de vakantie kan het ineens wel snel.
Het is bloedheet, vochtig. De douche geeft maar kort nut gehad. Bij een tankstation kopen we nog maar eens een lekker koel drankje.
Voor we inchecken in de lodges in Nata bezoeken we de Makgadikgadi Pans, een enorme zoutvlakte. Als er water is, fourageren hier de flamingo's, maar nu even niet - er is geen water te bekennen hier.
We komen even helemaal bij - hebben een eigen douche, dineren op het terras en gaan pas om 2 uur slapen (wijn, alweer).
Diefstal in de delta
10 november 2011
Na het ontbijt in het Audi Camp gaan we licht bepakt, voor twee nachten, in een grote jeep op pad. Tenten, matrassen en slaapzakken gaan ook mee. Na een klein uurtje, schoksgewijs over zandweggetjes en bospaadjes, bereiken we de waterkant. Chaos aldaar. Veel auto's als de onze, met aanhangers, veel volk - toeristen en zogenaamde "polars", de personen die op zijn Venetiaans (met een stok) de mokoro's voortbewegen, maar ook lokale gids zijn.
Eén polar wordt toegewezen aan twee toeristen. Het handeltje wordt de mokoro ingedragen, schoenen uit, door het water het bootje in en de polar gaat met zijn stok in het water prikken. Onze peddelaar heet Andrew, we schatten hem 35 jaar. Een aardige man, maar een sukkel. Geen draad aan zijn lijf, wel drie kinderen bij drie vrouwen, waarvan de jongste 4 maanden oud is. Misschien wil hij wel met haar trouwen... hij maakt zijn zin niet af, maar bij dezen: hij kan de bruidschat niet ophoesten. Mensen leven hier van dag tot dag; heb je geld, dan werk je niet tot je geld weer op is.
Enfin, we zijn op weg over het water.
Na een pauze en het aanmeren bij een al bezet veldje bereikten we dan eindelijk een eilandje in de delta wat geschikt is om de tenten op te zetten. Alles wordt gedaan door de polars, zij houden ons de komende dagen bezig, koken, noem maar op. Ze verdienen daar 250 pula mee en krijgen 100 pula tip, voor onderwijs voor kinderen wier ouders het schoolgeld niet kunnen betalen.
De polars zijn echter erg op zichzelf. Ze praten de hele tijd in het Tswana en vormen een soort blok, waardoor een hullie tegen zullie sfeer ontstaat. Je krijgt niet echt contact met ze, alleen wel met Andrew en ene Zero, zo genoemd omdat zijn veel te ingewikkelde naam op oo (dubbel o) eindigt.
Tenten opgezet, ingericht met het weinige wat we hebben meegenomen, lunch en dan wordt er aangekondigd... siësta tot 17 uur. Tot die tijd is het warm iets te ondernemen. Er is echter een pooltje bij ons tentenkamp, dus niet getreurd... zwemmen! Eerst een stukje door het riet waden, beetje blubberig, dan door een kanaaltje met veel visjes die je schoon eten, en dan een poeltje met heerlijk helder water, niet te warm, ook niet te koel, echt goed!!
Na drie kwartier gaat P. even naar de tent om het fototoestel te halen, C. blijft met de anderen in het water. De tent blijkt half open te staan, de kleding ligt anders... en de portemonnee is weg. Niemand heeft wat gezien. Rondje gelopen - wellicht verloren? Zelfs in de latrine gekeken... maar de tent stond ook open, terwijl we hem zeker gesloten hebben. Enkele polars kijken van een afstandje.
Maxwell wakker gemaakt. Hij schrikt van het verhaal, gaat mee zoeken bij de tent. We roepen er twee polars bij, Andrew en Zero. Andere polars komen nu ook. Ze volgen voetstappen rond de tent...... ineens komt Zedro terughollen. We moeten meekomen. Ze hebben geld gevonden. Als we er aankomen zien we een kuiltje, in het zand, met een deel van het geld.
Dit zaakje stinkt... Maxwell gaat hardop opsommen wat tot nog toe dce feiten zijn. Hij kijkt de polars één voor één aan. Hij denkt hetzelfde als ik, maar je kan en mag niemand beschuldigen als je het niet zeker weet. De polars wisselen blikken uit, voelen zich niet gemakkelijk. Als één van de polars voorstelt de voetstappen verder te volgen stemmen we toe. Eén van de polars, Lucia, blijft een beetje achter, slaakt een kreet, grijpt in een bosje en "vindt" de portemonnee.
Het geld in de portemonnee en het bundeltje in het zand tellen ongeveer op tot wat er eerder in de portemonnee zat. Maxwell kookt. Hij scheldt, zegt dat hij het niet vertrouwt.... De groep en andere polars kijken van een afstand naar het tafereel.
We (C. en P.) ruimen onze spullen weer in de tent als we een slag horen. Maxwell heeft eens goed gekeken naar de reacties en heeft er een polar als schuldige uitgepikt en op zijn bek geslagen. Die knul gedroeg zich inderdaad erg verdacht, bleef ook maar rond de tent hangen toen de vermissing werd gemeld, maar keek weg als je hem aankeek.
De jongen rent van Maxwell weg, Maxwell vraagt schreeuwend of hij in onze tent is geweest. Hij bekent schuld en krijgt nog een dreun. Wie is er nog meer bij betrokken? Hij claimt alleen te hebben gehandeld, maar neemt de anderen in bescherming. Op de vraag waarom hij het heeft gedaan zegt hij dat hij geld nodig heeft voor kleding en voedsel.
De jongen wordt vernederd door Maxwell; hij moet voordoen hoe hij ingebroken heeft, terwijl iedereen toekijkt.
De jongen moet weg van het eiland. We besluiten geen aangifte te doen, willen de zaak niet laten escaleren. Met een mokoro vertrekt de dief, nadat hij zich heeft omgekleed. De sfeer is vreemd, de tweedeling tussen de groep en de polars nog groter dan eerst.
Men is bang. Wat als deze knul terugkomt met wat vrienden? Zijn we hier nog wel veilig? Intussen heeft eenieder wel zijn eigen toko gecontroleerd. Alles is er, er wordt niets vermist. Maar het gevoel van vertrouwen is weg. Het idyllische paradijsje met zijn waterlelies, visjes en vrolijk gespatter in het water is verworden tot een rovershol.
Om 17 uur, een uur na de ontdekking van de diefstal, gaan we toch op safari, wandelend. Maxwell blijft bij de tenten om een oog in het zeil te houden terwijl de polars het eten maken. Andrew en Zero delen de groep van 12 in tweeën en zullen als gids optreden.
Een nutteloze trip. We zien geen enkel beest, op wat vogels na, wel hun poep. The walk of shit derhalve. De tocht is ook een farce vanwege de schaarse info die meegeven wordt. Vragen worden niet begrepen of kunnen niet worden beantwoord. Het is één grote farce, ondanks het mooie landschap.
De drollen zijn het bewijs dat deze beesten (olifanten, zebra's) hier zijn geweest, maar zodra er menselijke activiteit is op het eiland, zijn de beesten mooi pleite,
Een douche is er niet. Vies en stinkend van het kampvuur gaan we de slaapzak in....
11 november 2011
Om half zes (!!) stonden we op, om zes uur weer een wandelsafari, op een ander eiland. Eerst een uurtje varen in de wiebelige mokoro, daarna stiefelen door de velden dat het een aard heeft. In eerste instantie komen we alleen maar botten tegen - na "the walk of shit" nu de "walk of bones". Maar uiteindelijk kunnen we redelijk dicht bij een kudde zebra's komen en zien we op een halve kilometer afstand twee impala's rennen.
Om 11 uur zijn we terug op onz eigen eiland. We krijgen vrijaf (siësta) tot 17 uur.... we gaan weliswaar zwemmen, en ja, het is té warm om iets te doen, maar waarom moeten we in godsnaam zó lang op dit eiland blijven? We hebben nog een nacht hier door te brengen onder zeer primitieve omstandigheden, met een groep polars die we niet meer vertrouwen. We maken er het beste van, maar voelen ons alsof we in een televisie reality soap zitten. Kijkcijfers gegarandeerd!!
Om 17 uur varen we weer met de mokoro's - we gaan naar de hippo-poel. Onderweg weten we al dat het weer een farce is. In de delta is het drukker dan op de Nieuwe Waterweg in R****dam, de polars kletsen luidkeels in het Tswana. Als er al ergens heel misschien een hippo zou zijn geweest, dan heeft deze zeker al de benen genomen. Tja, zeggen de polars, soms zitten de hippo's niet in hun eigen pool, maar ergens anders... Het landschap is echter schitterend.
Na het diner zingen de polars leidjes en dansen rond het kampvuur. We klappen beleefd na ieder liedje. Dit waren niet de meest gelukkige dagen van deze rondreis.
Elodie heeft wijn meegenomen toen we naar de delta gingen. Als deze op is, is het weer de hoogste tijd de slaapzak in te kruipen, maar niet voor de de latrine hebben bezocht.
Na het ontbijt in het Audi Camp gaan we licht bepakt, voor twee nachten, in een grote jeep op pad. Tenten, matrassen en slaapzakken gaan ook mee. Na een klein uurtje, schoksgewijs over zandweggetjes en bospaadjes, bereiken we de waterkant. Chaos aldaar. Veel auto's als de onze, met aanhangers, veel volk - toeristen en zogenaamde "polars", de personen die op zijn Venetiaans (met een stok) de mokoro's voortbewegen, maar ook lokale gids zijn.
Eén polar wordt toegewezen aan twee toeristen. Het handeltje wordt de mokoro ingedragen, schoenen uit, door het water het bootje in en de polar gaat met zijn stok in het water prikken. Onze peddelaar heet Andrew, we schatten hem 35 jaar. Een aardige man, maar een sukkel. Geen draad aan zijn lijf, wel drie kinderen bij drie vrouwen, waarvan de jongste 4 maanden oud is. Misschien wil hij wel met haar trouwen... hij maakt zijn zin niet af, maar bij dezen: hij kan de bruidschat niet ophoesten. Mensen leven hier van dag tot dag; heb je geld, dan werk je niet tot je geld weer op is.
Enfin, we zijn op weg over het water.
Na een pauze en het aanmeren bij een al bezet veldje bereikten we dan eindelijk een eilandje in de delta wat geschikt is om de tenten op te zetten. Alles wordt gedaan door de polars, zij houden ons de komende dagen bezig, koken, noem maar op. Ze verdienen daar 250 pula mee en krijgen 100 pula tip, voor onderwijs voor kinderen wier ouders het schoolgeld niet kunnen betalen.
De polars zijn echter erg op zichzelf. Ze praten de hele tijd in het Tswana en vormen een soort blok, waardoor een hullie tegen zullie sfeer ontstaat. Je krijgt niet echt contact met ze, alleen wel met Andrew en ene Zero, zo genoemd omdat zijn veel te ingewikkelde naam op oo (dubbel o) eindigt.
Tenten opgezet, ingericht met het weinige wat we hebben meegenomen, lunch en dan wordt er aangekondigd... siësta tot 17 uur. Tot die tijd is het warm iets te ondernemen. Er is echter een pooltje bij ons tentenkamp, dus niet getreurd... zwemmen! Eerst een stukje door het riet waden, beetje blubberig, dan door een kanaaltje met veel visjes die je schoon eten, en dan een poeltje met heerlijk helder water, niet te warm, ook niet te koel, echt goed!!
Na drie kwartier gaat P. even naar de tent om het fototoestel te halen, C. blijft met de anderen in het water. De tent blijkt half open te staan, de kleding ligt anders... en de portemonnee is weg. Niemand heeft wat gezien. Rondje gelopen - wellicht verloren? Zelfs in de latrine gekeken... maar de tent stond ook open, terwijl we hem zeker gesloten hebben. Enkele polars kijken van een afstandje.
Maxwell wakker gemaakt. Hij schrikt van het verhaal, gaat mee zoeken bij de tent. We roepen er twee polars bij, Andrew en Zero. Andere polars komen nu ook. Ze volgen voetstappen rond de tent...... ineens komt Zedro terughollen. We moeten meekomen. Ze hebben geld gevonden. Als we er aankomen zien we een kuiltje, in het zand, met een deel van het geld.
Dit zaakje stinkt... Maxwell gaat hardop opsommen wat tot nog toe dce feiten zijn. Hij kijkt de polars één voor één aan. Hij denkt hetzelfde als ik, maar je kan en mag niemand beschuldigen als je het niet zeker weet. De polars wisselen blikken uit, voelen zich niet gemakkelijk. Als één van de polars voorstelt de voetstappen verder te volgen stemmen we toe. Eén van de polars, Lucia, blijft een beetje achter, slaakt een kreet, grijpt in een bosje en "vindt" de portemonnee.
Het geld in de portemonnee en het bundeltje in het zand tellen ongeveer op tot wat er eerder in de portemonnee zat. Maxwell kookt. Hij scheldt, zegt dat hij het niet vertrouwt.... De groep en andere polars kijken van een afstand naar het tafereel.
We (C. en P.) ruimen onze spullen weer in de tent als we een slag horen. Maxwell heeft eens goed gekeken naar de reacties en heeft er een polar als schuldige uitgepikt en op zijn bek geslagen. Die knul gedroeg zich inderdaad erg verdacht, bleef ook maar rond de tent hangen toen de vermissing werd gemeld, maar keek weg als je hem aankeek.
De jongen rent van Maxwell weg, Maxwell vraagt schreeuwend of hij in onze tent is geweest. Hij bekent schuld en krijgt nog een dreun. Wie is er nog meer bij betrokken? Hij claimt alleen te hebben gehandeld, maar neemt de anderen in bescherming. Op de vraag waarom hij het heeft gedaan zegt hij dat hij geld nodig heeft voor kleding en voedsel.
De jongen wordt vernederd door Maxwell; hij moet voordoen hoe hij ingebroken heeft, terwijl iedereen toekijkt.
De jongen moet weg van het eiland. We besluiten geen aangifte te doen, willen de zaak niet laten escaleren. Met een mokoro vertrekt de dief, nadat hij zich heeft omgekleed. De sfeer is vreemd, de tweedeling tussen de groep en de polars nog groter dan eerst.
Men is bang. Wat als deze knul terugkomt met wat vrienden? Zijn we hier nog wel veilig? Intussen heeft eenieder wel zijn eigen toko gecontroleerd. Alles is er, er wordt niets vermist. Maar het gevoel van vertrouwen is weg. Het idyllische paradijsje met zijn waterlelies, visjes en vrolijk gespatter in het water is verworden tot een rovershol.
Om 17 uur, een uur na de ontdekking van de diefstal, gaan we toch op safari, wandelend. Maxwell blijft bij de tenten om een oog in het zeil te houden terwijl de polars het eten maken. Andrew en Zero delen de groep van 12 in tweeën en zullen als gids optreden.
Een nutteloze trip. We zien geen enkel beest, op wat vogels na, wel hun poep. The walk of shit derhalve. De tocht is ook een farce vanwege de schaarse info die meegeven wordt. Vragen worden niet begrepen of kunnen niet worden beantwoord. Het is één grote farce, ondanks het mooie landschap.
De drollen zijn het bewijs dat deze beesten (olifanten, zebra's) hier zijn geweest, maar zodra er menselijke activiteit is op het eiland, zijn de beesten mooi pleite,
Een douche is er niet. Vies en stinkend van het kampvuur gaan we de slaapzak in....
11 november 2011
Om half zes (!!) stonden we op, om zes uur weer een wandelsafari, op een ander eiland. Eerst een uurtje varen in de wiebelige mokoro, daarna stiefelen door de velden dat het een aard heeft. In eerste instantie komen we alleen maar botten tegen - na "the walk of shit" nu de "walk of bones". Maar uiteindelijk kunnen we redelijk dicht bij een kudde zebra's komen en zien we op een halve kilometer afstand twee impala's rennen.
Om 11 uur zijn we terug op onz eigen eiland. We krijgen vrijaf (siësta) tot 17 uur.... we gaan weliswaar zwemmen, en ja, het is té warm om iets te doen, maar waarom moeten we in godsnaam zó lang op dit eiland blijven? We hebben nog een nacht hier door te brengen onder zeer primitieve omstandigheden, met een groep polars die we niet meer vertrouwen. We maken er het beste van, maar voelen ons alsof we in een televisie reality soap zitten. Kijkcijfers gegarandeerd!!
Om 17 uur varen we weer met de mokoro's - we gaan naar de hippo-poel. Onderweg weten we al dat het weer een farce is. In de delta is het drukker dan op de Nieuwe Waterweg in R****dam, de polars kletsen luidkeels in het Tswana. Als er al ergens heel misschien een hippo zou zijn geweest, dan heeft deze zeker al de benen genomen. Tja, zeggen de polars, soms zitten de hippo's niet in hun eigen pool, maar ergens anders... Het landschap is echter schitterend.
Na het diner zingen de polars leidjes en dansen rond het kampvuur. We klappen beleefd na ieder liedje. Dit waren niet de meest gelukkige dagen van deze rondreis.
Elodie heeft wijn meegenomen toen we naar de delta gingen. Als deze op is, is het weer de hoogste tijd de slaapzak in te kruipen, maar niet voor de de latrine hebben bezocht.
Naar Maun
We stuiteren ons een weg richting Maun, ondanks het feit dat de weg is geasfalteerd. We zitten weer op de achterste rij stoelen in de truck, bij het houten klepje wat steeds oorverdovend piept als de truck weer een hobbeltje neemt. Steeds als het klepje beweegt komt er een golfje vuilnisbaklucht de auto in.
We zitten weer achterin omdat de plaatsen voorin al weer gereserveerd waren. Ene S., voormalig DDR-verklikker, is er meester in om 's ochtends al haar spullen op de door haar gewenste plaats te deponeren. Het is een misselijke vrouw, waar we graag zo ver vandaan willen zitten, dus dan maar op de achterbank.
Ze is niet de enige - er zijn er zelfs die hun risico spreiden door twee rugzakken op twee verschillende stoelen te zetten.
De geneugten van een groepsreis. We hebben een koelbox gevuld met ijs in de truck. Theoretisch zouden we alle 12 een flesje van 500 ml in de box kunnen zetten. S. zet er echter een 5 liter fles met water in... koelbox al bijna vol. Deze fles wordt voortdurend tevoorschijn gehaald om haar drinkflesje bij te vullen (zo ook enige dagen terug in Etosha, toen we allemaal naar de uitbuikende leeuwen aan het kijken waren, of als de auto zich een weg door Botswana stuitert). Als een peuter lurkt ze de hele dag aan haar fles, en ja, ook al is het nog zo warm, je zweet niet alles uit, dus moet er om de haverklap gepist worden. Aaaaahhh!
Ook A., toevallig ook uit de voormalige DDR, is een apart type. De hele dag, hoe warm ook, lange broek, overhemd met lange mouwen tot bovenaan dichtgeknoopt, pet op, flap aan de achterkant. En maar water zuipen de hele dag. Je ziet ze de hele dag sjouwen met 5 liter tanks dat het een aard heeft. Maar niet meedoen aan activiteiten, lekker in de bus blijven zitten. Aaaaahhhh! Wat kom je dan doen in Afrika!?
Om half twaalf zijn we in Maun en krijgen tot 13 uur om geld te pinnen en inkopen te doen voor de delta, de komende dagen. Alle pinautomaten werken niet met onze passen, dus wordt het geld wisselen. De mensen zijn hier niet vriendelijk, integendeel. We krijgen bijna 100 pula te weinig in het wisselkantoor, maar de truc lukt niet.
De groep wil zo snel mogelijk naar het tentenkamp waar we zullen overnachten. We weten echter dat daar niets te beleven is, dus zijn er met z'n drieën even tussenuit om nog wat winkeltjes te doen.
In het Audi Camp wordt de lunch toebereidt. Ook dat is altijd weer een ritueel, wat ontzettend veel tijd vreet.
We hebben de optie om een rondvlucht te maken over de Okavangodelta, de grootste inlandige rivierdelta ter wereld. Maxwell is echter vergeten te bellen, maar doet dat alsnog. Terwijl we wachten realiseren we ons dat we deze tijd ook in het zwembadje hadden kunnen besteden.
Dan komt het verlossende woord - we kunnen nog vliegen, en wel om 17 uur!
Het was een fantastisch mooi uurtje in de lucht - zo véél gezien: wild, landschappen, niet te beschrijven.
Het vliegveld, welke het drukste van Afrika zou zijn, was uitgestorven toen we weer geland waren. Er was geen druppel meer te krijgen, van wat dan ook. Aan de overkant hadden we echter een café gezien, waar we met zijn vieren een biertje gingen drinken, want vliegen maakt dorstig, dat is algemeen bekend. De anderen van de groep niet - de barstjes in de onderlinge verhoudingen worden al scheuren.
Na het vliegavontuur gingen we even zwemmen - eindelijk!
Na het diner nog even wat drinken in de bar van het Audi Camp. Consternatie om een cobra(atje).
We zitten weer achterin omdat de plaatsen voorin al weer gereserveerd waren. Ene S., voormalig DDR-verklikker, is er meester in om 's ochtends al haar spullen op de door haar gewenste plaats te deponeren. Het is een misselijke vrouw, waar we graag zo ver vandaan willen zitten, dus dan maar op de achterbank.
Ze is niet de enige - er zijn er zelfs die hun risico spreiden door twee rugzakken op twee verschillende stoelen te zetten.
De geneugten van een groepsreis. We hebben een koelbox gevuld met ijs in de truck. Theoretisch zouden we alle 12 een flesje van 500 ml in de box kunnen zetten. S. zet er echter een 5 liter fles met water in... koelbox al bijna vol. Deze fles wordt voortdurend tevoorschijn gehaald om haar drinkflesje bij te vullen (zo ook enige dagen terug in Etosha, toen we allemaal naar de uitbuikende leeuwen aan het kijken waren, of als de auto zich een weg door Botswana stuitert). Als een peuter lurkt ze de hele dag aan haar fles, en ja, ook al is het nog zo warm, je zweet niet alles uit, dus moet er om de haverklap gepist worden. Aaaaahhh!
Ook A., toevallig ook uit de voormalige DDR, is een apart type. De hele dag, hoe warm ook, lange broek, overhemd met lange mouwen tot bovenaan dichtgeknoopt, pet op, flap aan de achterkant. En maar water zuipen de hele dag. Je ziet ze de hele dag sjouwen met 5 liter tanks dat het een aard heeft. Maar niet meedoen aan activiteiten, lekker in de bus blijven zitten. Aaaaahhhh! Wat kom je dan doen in Afrika!?
Om half twaalf zijn we in Maun en krijgen tot 13 uur om geld te pinnen en inkopen te doen voor de delta, de komende dagen. Alle pinautomaten werken niet met onze passen, dus wordt het geld wisselen. De mensen zijn hier niet vriendelijk, integendeel. We krijgen bijna 100 pula te weinig in het wisselkantoor, maar de truc lukt niet.
De groep wil zo snel mogelijk naar het tentenkamp waar we zullen overnachten. We weten echter dat daar niets te beleven is, dus zijn er met z'n drieën even tussenuit om nog wat winkeltjes te doen.
In het Audi Camp wordt de lunch toebereidt. Ook dat is altijd weer een ritueel, wat ontzettend veel tijd vreet.
We hebben de optie om een rondvlucht te maken over de Okavangodelta, de grootste inlandige rivierdelta ter wereld. Maxwell is echter vergeten te bellen, maar doet dat alsnog. Terwijl we wachten realiseren we ons dat we deze tijd ook in het zwembadje hadden kunnen besteden.
Dan komt het verlossende woord - we kunnen nog vliegen, en wel om 17 uur!
Het was een fantastisch mooi uurtje in de lucht - zo véél gezien: wild, landschappen, niet te beschrijven.
Het vliegveld, welke het drukste van Afrika zou zijn, was uitgestorven toen we weer geland waren. Er was geen druppel meer te krijgen, van wat dan ook. Aan de overkant hadden we echter een café gezien, waar we met zijn vieren een biertje gingen drinken, want vliegen maakt dorstig, dat is algemeen bekend. De anderen van de groep niet - de barstjes in de onderlinge verhoudingen worden al scheuren.
Na het vliegavontuur gingen we even zwemmen - eindelijk!
Na het diner nog even wat drinken in de bar van het Audi Camp. Consternatie om een cobra(atje).
Naar Botswana
8 november 2011
We krijgen een nieuwe chauffeur voor onze truck, ene Elvis. Hij laat enige tijd op zich wachten....
We komen langs het vliegveld van Windhoek, maken een stop bij een supermarkt in Gobabis (“De plaats waar mensen ruzie maken”) en arriveren om half één bij de grens van Namibië en Botswana. Eerst uitstempelen bij de Namibische grenspost (aardige mevrouw die Afrikaans met ons sprak) en een half uur later met zijn allen een stempeltje van een onvriendelijke grensmeneer van Botswana halen.
Om 14 uur hebben we een lunch tussen de koeiedrollen.
Langs de asfaltweg ligt een zanderige grasstrook van een meter of tien breed. Daarachter begint een eindeloze vlakte van struiken en lage bomen. Tussen de struiken grazen koeien, welke enigszins verstoord opkijken als we langsrijden. Het is niet druk op deze wegen, die wel geasfalteerd zijn.
Langs de weg houten telefoonpalen, Nederland in de jaren '50 van de vorige eeuw. Naast de eerder genoemde koeien graast en scharrelt er van alles langs de weg, geitjes, paarden en ezels. Handel in vee en vlees is een belangrijke inkomstenbron, na de handel in diamanten. De munteenheid van Botswana is de pula, wat ook regen betekent; 1 pula is 100 thebe (= water).
Botswana is in 1966 een onafhankelijk land geworden, daarvoor was het een Engels protectoraat. Het parlement wordt door het volk gekozen, het parlement kiest de president. Botswana en Namibië zijn qua oppervlak en inwonertal vergelijkbaar.
Om 16 uur arriveren we bij onze "lodges", genaamd Ghanzi Trail Blazers, in de Kalahari woestijn. Het zijn hutjes geconstrueerd naar het idee van de huisjes van de bosjesmannen. Wel geinig, maar erg klein en oncomfortabel. Kennelijk is het nodig om het zo te doen.
's Avonds maken we ook daadwerkelijk een wandeling met de bosjesmensen. We krijgen uitleg over hoe de knollen en wortels worden opgespeurd en opgegraven, wat te nemen bij welke kwaal, hoe je je groenten wat op kunt kruiden met mieren, hoe een vuurtje te maken met wat stokjes en een beetje stro... Grotendeels is het een circus, aan de andere kant is dit zo dicht bij de werkelijkheid als je maar kunt komen.
De oudere bosjesmensen weten niet hoe oud ze zijn, de jongere wel. Uit sommige delen van de Kalahari zijn de bosjesmensen verdreven of met geld verleid om te vertrekken. Op deze plek wordt er nog wat gedaan om de cultuur te bewaren. Alleen al dat taaltje met die klikgeluiden!!
Na het diner zijn we naar een voorstelling geweest met dans en muziek van de bosjesmensen. Het onderscheid van de verschillende liedjes (genezingsliedjes voor de zieken, maar ook liedjes over dieren) was erg minimaal. Na de voorstelling rookten de bosjesmensen een peuk uit een pakje.
Wij drinken weer een wijntje onder het uitroepen van de volgende spreuk:
Wie kommen wir zur Mitte?
Strahlenförmig...
Was trinken wir?
STICHPIMPOLIBOCKFORZELORUM
LALALA - Hey!
Link
We krijgen een nieuwe chauffeur voor onze truck, ene Elvis. Hij laat enige tijd op zich wachten....
We komen langs het vliegveld van Windhoek, maken een stop bij een supermarkt in Gobabis (“De plaats waar mensen ruzie maken”) en arriveren om half één bij de grens van Namibië en Botswana. Eerst uitstempelen bij de Namibische grenspost (aardige mevrouw die Afrikaans met ons sprak) en een half uur later met zijn allen een stempeltje van een onvriendelijke grensmeneer van Botswana halen.
Om 14 uur hebben we een lunch tussen de koeiedrollen.
Langs de asfaltweg ligt een zanderige grasstrook van een meter of tien breed. Daarachter begint een eindeloze vlakte van struiken en lage bomen. Tussen de struiken grazen koeien, welke enigszins verstoord opkijken als we langsrijden. Het is niet druk op deze wegen, die wel geasfalteerd zijn.
Langs de weg houten telefoonpalen, Nederland in de jaren '50 van de vorige eeuw. Naast de eerder genoemde koeien graast en scharrelt er van alles langs de weg, geitjes, paarden en ezels. Handel in vee en vlees is een belangrijke inkomstenbron, na de handel in diamanten. De munteenheid van Botswana is de pula, wat ook regen betekent; 1 pula is 100 thebe (= water).
Botswana is in 1966 een onafhankelijk land geworden, daarvoor was het een Engels protectoraat. Het parlement wordt door het volk gekozen, het parlement kiest de president. Botswana en Namibië zijn qua oppervlak en inwonertal vergelijkbaar.
Om 16 uur arriveren we bij onze "lodges", genaamd Ghanzi Trail Blazers, in de Kalahari woestijn. Het zijn hutjes geconstrueerd naar het idee van de huisjes van de bosjesmannen. Wel geinig, maar erg klein en oncomfortabel. Kennelijk is het nodig om het zo te doen.
's Avonds maken we ook daadwerkelijk een wandeling met de bosjesmensen. We krijgen uitleg over hoe de knollen en wortels worden opgespeurd en opgegraven, wat te nemen bij welke kwaal, hoe je je groenten wat op kunt kruiden met mieren, hoe een vuurtje te maken met wat stokjes en een beetje stro... Grotendeels is het een circus, aan de andere kant is dit zo dicht bij de werkelijkheid als je maar kunt komen.
De oudere bosjesmensen weten niet hoe oud ze zijn, de jongere wel. Uit sommige delen van de Kalahari zijn de bosjesmensen verdreven of met geld verleid om te vertrekken. Op deze plek wordt er nog wat gedaan om de cultuur te bewaren. Alleen al dat taaltje met die klikgeluiden!!
Na het diner zijn we naar een voorstelling geweest met dans en muziek van de bosjesmensen. Het onderscheid van de verschillende liedjes (genezingsliedjes voor de zieken, maar ook liedjes over dieren) was erg minimaal. Na de voorstelling rookten de bosjesmensen een peuk uit een pakje.
Wij drinken weer een wijntje onder het uitroepen van de volgende spreuk:
Wie kommen wir zur Mitte?
Strahlenförmig...
Was trinken wir?
STICHPIMPOLIBOCKFORZELORUM
LALALA - Hey!
Link
maandag 7 november 2011
Etosha en Windhoek
6 november 2011
We hebben de hele dag in Etosha doorgebracht. We hebben zo veel moois gezien! Hyena’s, giraffen, kudu’s bij de waterpoel, een troep leeuwen die onder een boom aan het uitbuiken waren nadat ze een zebra hebben leeggegeten, de secretarisvogel, een wrattenzwijn, jakhalzen. Het was een onvergetelijke dag; wel vermoeiend dat speuren naar wild vanuit de auto, bij deze temperaturen.
We hebben vooral genoten van de meertjes - je gaat er zitten en wacht af. Een groep bokken was aan het drinken en vertrok. Toen de rust was weergekeerd kwam een leger hoenders drinken. Deze vertrokken echter plotsklaps. Heel behoedzaam kwam er een kudde kudu’s vanuit de bosjes aangeslopen. Terwijl de kudde drinkt, houdt de achterste uit de rij de boel in de gaten. Als de kudde verzadigd is vertrekt men weer even rustig en voorzichtig.
‘s Avonds hebben we, om de prachtige dag af te sluiten, op het balkon een fles witte wijn soldaat gemaakt J
7 november 2011
Vandaag hebben we ons verplaatst naar de hoofdstad Windhoek. Leuk stadje, erg Duits, niet veel over te melden. We hebben er de middag genoeglijk doorgebracht. Vanavond gaan we eten in Joe’s Beerhouse - ook al weer zo’n Lonely Planet adresje.
Tot de volgende blog!
We hebben de hele dag in Etosha doorgebracht. We hebben zo veel moois gezien! Hyena’s, giraffen, kudu’s bij de waterpoel, een troep leeuwen die onder een boom aan het uitbuiken waren nadat ze een zebra hebben leeggegeten, de secretarisvogel, een wrattenzwijn, jakhalzen. Het was een onvergetelijke dag; wel vermoeiend dat speuren naar wild vanuit de auto, bij deze temperaturen.
We hebben vooral genoten van de meertjes - je gaat er zitten en wacht af. Een groep bokken was aan het drinken en vertrok. Toen de rust was weergekeerd kwam een leger hoenders drinken. Deze vertrokken echter plotsklaps. Heel behoedzaam kwam er een kudde kudu’s vanuit de bosjes aangeslopen. Terwijl de kudde drinkt, houdt de achterste uit de rij de boel in de gaten. Als de kudde verzadigd is vertrekt men weer even rustig en voorzichtig.
‘s Avonds hebben we, om de prachtige dag af te sluiten, op het balkon een fles witte wijn soldaat gemaakt J
7 november 2011
Vandaag hebben we ons verplaatst naar de hoofdstad Windhoek. Leuk stadje, erg Duits, niet veel over te melden. We hebben er de middag genoeglijk doorgebracht. Vanavond gaan we eten in Joe’s Beerhouse - ook al weer zo’n Lonely Planet adresje.
Tot de volgende blog!
Abonneren op:
Posts (Atom)