woensdag 16 november 2011

Het einde

15 november 2011

Opstaan (voor de laatste keer in dat kleine tentje)
Douchen (laatste keer afzien onder klein straaltje)
Ontbijt (laatste keer Nescafé en misgrijpen op de yoghurt)

De bestelde t-shirts worden geleverd, maar pas na een uur van wachten ("the guy is coming right now" zei Phumzile).
Wachten op het busje dat ons naar het vliegveld van Livingstone brengt, weer een uur. Onze rode truck is weer kapot, nu de versnellingsbak. Maxwell laat zich erg kennen bij het afscheid en gedraagt zich onbeleefd. Jammer
Om kwart over één vliegen we van Livingstone naar Johannesburg. Daar wachten we. Iedereen heeft verschillende vluchten vanaf Joburg. Van sommigen nemen we afscheid, anderen zijn al weg.


16 november 2011

Om middernacht vertrekken we als laatste van de groep. Slapen. Wakker, slapen. Om 10 uur zijn we weer op Nederlandse bodem.

Het is weer voorbij.
Het is koud.
Het is herfst.
Bah....

Naar Zambia en de Victoria watervallen

13 november 2011

Drie uurtjes slaap - een beetje kort. We hebben een lange reis naar Zambia voor de boeg. Het is slechts 360 km, maar over een zeer erbarmelijke weg. Als een springbok dansen we richting Zambia.
Het is gekkenwerk - af en toe is de weg bedekt met een laagje zand. Als we achter een vrachtwagen zitten, wordt het zand opgewarreld en zitten we in eeen dikke stofwolk. Maxwell ziet niets meer en moet stoppen.

Hoewel we door een natuurpark rijden, is het landschap weinig interessant. Heel veel dood hout, soms afgebrand, aangestoken, om weer nieuw leven uit te lokken.

We stoppen in een dorpje bij een boabab boom. We hadden er al enkele gezien, onderweg, in de verte, maar nu staan we bij een boom die meer dan 1000 jaar oud is. Respect!!

De grensovergang tussen Botswana en Zambia kan ook voor lang oponthoud zorgen, maar dat valt mee. We stempelen aan de Botswana kant uit, steken met een pont de rivier de Zambezi over, Maxwell zorgt voor de formaliteiten bij de douane van Zambia. Kost wel een paar centen trouwens. In Zambia woont de geldwolf!

We rijden meteen door naar de Vic Falls, nabij het stadje Livingstone. Er is nu weinig water in de Zambezi, dus zijn de watervallen minimaal. Als de watervallen echter op volle sterkte zijn hangt er een dikke nevel en zijn de watervallen helemaal niet te zien.


We moeten ons haasten, krijgen we het idee, om daarna veel tijd te verliezen op de curio markt. Rare snuiters die verkopers, willen sokken ruilen tegen beeldjes...

We komen aan op het terrein van Waterfront, waar we twee nachten zullen verblijven. Eerst excursies boeken, een T-shirt bestellen... we betrekken de tent in het donker, ploegend door de blub met de koffer op de nek. Maxwell heeft er duidelijk geen zin meer in (ligt het aan de groep? Maxwell zelf? allebei?) en doet geen moeite meer om er nog wat van te maken.



14 november 2011

We nemen afscheid van Elodie, die een dag eerder naar huis moet. Haar werkgever vond drie weken lang genoeg en kon die ene dag meer niet door de vingers zien. Jammer voor haar.

We maken een rondvlucht over de Falls met Daniela. We gaan ook door de canyons, zien kuddes olifanten, helmaal geweldig!!

de machtige Zambezi
hallo hallo wie stinkt daar zo?
's Middags hebben we een Sunset Cruise. Laat de foto maar spreken! We zien hippo's, veel vogels, één krokodil. Het werd weer laat!

Makgadikgadi Pans

12 november 2011

Weer om half zes op, om zes uur wandelsafari. Brigitte, Corinne en Daniela gaan niet mee, en terecht, want we zien net zo weinig als de dagen ervoor, tegen beter weten in. Het lijkt wel of we kost wat kost het spel mee willen spelen.
De gidsen "zien" een wrattenzwijn, maar als de verrekijker tevoorschijn is gehaald is ie, het zwijn, net weg achter het gras.

Als we terug zijn van de wandeling hebben de achtergebleven polars nog geen mokoro ingeladen. Maxwell ontploft en met wat hulp van de groep zijn we in no time ingepakt. Uurtje peddelen.
De spullen worden uitgeladen, in de jeep geladen. De manager komt langs: de dief is gearresteerd, zit vast in de cel, is ontslagen. We horen het aan met gemengde gevoelens, bedanken de manager voor zijn verontschuldigingen voor het incident.

We gaan naar het Audi Camp om te douchen!! En... de oude, rode auto blijkt weer in orde. Deze wordt ingeruimd, en dan gaan we op pad, richting Nata.

Maxwell lijkt haast te hebben, rijdt knetterhard over de hobbelige weg, toetert al van verre als een ezel, paard of rund wat te dicht langs de kant van de weg staat te grazen. Het is eigenlijk lachwekkend. De beesten sjokken langzaam het vergeelde gras in.



We lunchen om 14 uur. Tegen het einde van de vakantie kan het ineens wel snel.

Het is bloedheet, vochtig. De douche geeft maar kort nut gehad. Bij een tankstation kopen we nog maar eens een lekker koel drankje.

Voor we inchecken in de lodges in Nata bezoeken we de Makgadikgadi Pans, een enorme zoutvlakte. Als er water is, fourageren hier de flamingo's, maar nu even niet - er is geen water te bekennen hier.

We komen even helemaal bij - hebben een eigen douche, dineren op het terras en gaan pas om 2 uur slapen (wijn, alweer).

Diefstal in de delta

10 november 2011

Na het ontbijt in het Audi Camp gaan we licht bepakt, voor twee nachten, in een grote jeep op pad. Tenten, matrassen en slaapzakken gaan ook mee. Na een klein uurtje, schoksgewijs over zandweggetjes en bospaadjes, bereiken we de waterkant. Chaos aldaar. Veel auto's als de onze, met aanhangers, veel volk - toeristen en zogenaamde "polars", de personen die op zijn Venetiaans (met een stok) de mokoro's voortbewegen, maar ook lokale gids zijn.
Eén polar wordt toegewezen aan twee toeristen. Het handeltje wordt de mokoro ingedragen, schoenen uit, door het water het bootje in en de polar gaat met zijn stok in het water prikken. Onze peddelaar heet Andrew, we schatten hem 35 jaar. Een aardige man, maar een sukkel. Geen draad aan zijn lijf, wel drie kinderen bij drie vrouwen, waarvan de jongste 4 maanden oud is. Misschien wil hij wel met haar trouwen... hij maakt zijn zin niet af, maar bij dezen: hij kan de bruidschat niet ophoesten. Mensen leven hier van dag tot dag; heb je geld, dan werk je niet tot je geld weer op is.
Enfin, we zijn op weg over het water.



Na een pauze en het aanmeren bij een al bezet veldje bereikten we dan eindelijk een eilandje in de delta wat geschikt is om de tenten op te zetten. Alles wordt gedaan door de polars, zij houden ons de komende dagen bezig, koken, noem maar op. Ze verdienen daar 250 pula mee en krijgen 100 pula tip, voor onderwijs voor kinderen wier ouders het schoolgeld niet kunnen betalen.
De polars zijn echter erg op zichzelf. Ze praten de hele tijd in het Tswana en vormen een soort blok, waardoor een hullie tegen zullie sfeer ontstaat. Je krijgt niet echt contact met ze, alleen wel met Andrew en ene Zero, zo genoemd omdat zijn veel te ingewikkelde naam op oo (dubbel o) eindigt.

Tenten opgezet, ingericht met het weinige wat we hebben meegenomen, lunch en dan wordt er aangekondigd... siësta tot 17 uur. Tot die tijd is het warm iets te ondernemen. Er is echter een pooltje bij ons tentenkamp, dus niet getreurd... zwemmen! Eerst een stukje door het riet waden, beetje blubberig, dan door een kanaaltje met veel visjes die je schoon eten, en dan een poeltje met heerlijk helder water, niet te warm, ook niet te koel, echt goed!!

Na drie kwartier gaat P. even naar de tent om het fototoestel te halen, C. blijft met de anderen in het water. De tent blijkt half open te staan, de kleding ligt anders... en de portemonnee is weg. Niemand heeft wat gezien. Rondje gelopen - wellicht verloren? Zelfs in de latrine gekeken... maar de tent stond ook open, terwijl we hem zeker gesloten hebben. Enkele polars kijken van een afstandje.

Maxwell wakker gemaakt. Hij schrikt van het verhaal, gaat mee zoeken bij de tent. We roepen er twee polars bij, Andrew en Zero. Andere polars komen nu ook. Ze volgen voetstappen rond de tent...... ineens komt Zedro terughollen. We moeten meekomen. Ze hebben geld gevonden. Als we er aankomen zien we een kuiltje, in het zand, met een deel van het geld.

Dit zaakje stinkt... Maxwell gaat hardop opsommen wat tot nog toe dce feiten zijn. Hij kijkt de polars één voor één aan. Hij denkt hetzelfde als ik, maar je kan en mag niemand beschuldigen als je het niet zeker weet. De polars wisselen blikken uit, voelen zich niet gemakkelijk. Als één van de polars voorstelt de voetstappen verder te volgen stemmen we toe. Eén van de polars, Lucia, blijft een beetje achter, slaakt een kreet, grijpt in een bosje en "vindt" de portemonnee.

Het geld in de portemonnee en het bundeltje in het zand tellen ongeveer op tot wat er eerder in de portemonnee zat. Maxwell kookt. Hij scheldt, zegt dat hij het niet vertrouwt.... De groep en andere polars kijken van een afstand naar het tafereel.

We (C. en P.) ruimen onze spullen weer in de tent als we een slag horen. Maxwell heeft eens goed gekeken naar de reacties en heeft er een polar als schuldige uitgepikt en op zijn bek geslagen. Die knul gedroeg zich inderdaad erg verdacht, bleef ook maar rond de tent hangen toen de vermissing werd gemeld, maar keek weg als je hem aankeek.
De jongen rent van Maxwell weg, Maxwell vraagt schreeuwend of hij in onze tent is geweest. Hij bekent schuld en krijgt nog een dreun. Wie is er nog meer bij betrokken? Hij claimt alleen te hebben gehandeld, maar neemt de anderen in bescherming. Op de vraag waarom hij het heeft gedaan zegt hij dat hij geld nodig heeft voor kleding en voedsel.
De jongen wordt vernederd door Maxwell; hij moet voordoen hoe hij ingebroken heeft, terwijl iedereen toekijkt.

De jongen moet weg van het eiland. We besluiten geen aangifte te doen, willen de zaak niet laten escaleren. Met een mokoro vertrekt de dief, nadat hij zich heeft omgekleed. De sfeer is vreemd, de tweedeling tussen de groep en de polars nog groter dan eerst.
Men is bang. Wat als deze knul terugkomt met wat vrienden? Zijn we hier nog wel veilig? Intussen heeft eenieder wel zijn eigen toko gecontroleerd. Alles is er, er wordt niets vermist. Maar het gevoel van vertrouwen is weg. Het idyllische paradijsje met zijn waterlelies, visjes en vrolijk gespatter in het water is verworden tot een rovershol.

Om 17 uur, een uur na de ontdekking van de diefstal, gaan we toch op safari, wandelend. Maxwell blijft bij de tenten om een oog in het zeil te houden terwijl de polars het eten maken. Andrew en Zero delen de groep van 12 in tweeën en zullen als gids optreden.

Een nutteloze trip. We zien geen enkel beest, op wat vogels na, wel hun poep. The walk of shit derhalve. De tocht is ook een farce vanwege de schaarse info die meegeven wordt. Vragen worden niet begrepen of kunnen niet worden beantwoord. Het is één grote farce, ondanks het mooie landschap.
De drollen zijn het bewijs dat deze beesten (olifanten, zebra's) hier zijn geweest, maar zodra er menselijke activiteit is op het eiland, zijn de beesten mooi pleite,

Een douche is er niet. Vies en stinkend van het kampvuur gaan we de slaapzak in....



11 november 2011

Om half zes (!!) stonden we op, om zes uur weer een wandelsafari, op een ander eiland. Eerst een uurtje varen in de wiebelige mokoro, daarna stiefelen door de velden dat het een aard heeft. In eerste instantie komen we alleen maar botten tegen - na "the walk of shit" nu de "walk of bones". Maar uiteindelijk kunnen we redelijk dicht bij een kudde zebra's komen en zien we op een halve kilometer afstand twee impala's rennen.


Om 11 uur zijn we terug op onz eigen eiland. We krijgen vrijaf (siësta) tot 17 uur.... we gaan weliswaar zwemmen, en ja, het is té warm om iets te doen, maar waarom moeten we in godsnaam zó lang op dit eiland blijven? We hebben nog een nacht hier door te brengen onder zeer primitieve omstandigheden, met een groep polars die we niet meer vertrouwen. We maken er het beste van, maar voelen ons alsof we in een televisie reality soap zitten. Kijkcijfers gegarandeerd!!

Om 17 uur varen we weer met de mokoro's - we gaan naar de hippo-poel. Onderweg weten we al dat het weer een farce is. In de delta is het drukker dan op de Nieuwe Waterweg in R****dam, de polars kletsen luidkeels in het Tswana. Als er al ergens heel misschien een hippo zou zijn geweest, dan heeft deze zeker al de benen genomen. Tja, zeggen de polars, soms zitten de hippo's niet in hun eigen pool, maar ergens anders... Het landschap is echter schitterend.



Na het diner zingen de polars leidjes en dansen rond het kampvuur. We klappen beleefd na ieder liedje. Dit waren niet de meest gelukkige dagen van deze rondreis.



Elodie heeft wijn meegenomen toen we naar de delta gingen. Als deze op is, is het weer de hoogste tijd de slaapzak in te kruipen, maar niet voor de de latrine hebben bezocht.

Naar Maun

We stuiteren ons een weg richting Maun, ondanks het feit dat de weg is geasfalteerd. We zitten weer op de achterste rij stoelen in de truck, bij het houten klepje wat steeds oorverdovend piept als de truck weer een hobbeltje neemt. Steeds als het klepje beweegt komt er een golfje vuilnisbaklucht de auto in.
We zitten weer achterin omdat de plaatsen voorin al weer gereserveerd waren. Ene S., voormalig DDR-verklikker, is er meester in om 's ochtends al haar spullen op de door haar gewenste plaats te deponeren. Het is een misselijke vrouw, waar we graag zo ver vandaan willen zitten, dus dan maar op de achterbank.
Ze is niet de enige - er zijn er zelfs die hun risico spreiden door twee rugzakken op twee verschillende stoelen te zetten.

De geneugten van een groepsreis. We hebben een koelbox gevuld met ijs in de truck. Theoretisch zouden we alle 12 een flesje van 500 ml in de box kunnen zetten. S. zet er echter een 5 liter fles met water in... koelbox al bijna vol. Deze fles wordt voortdurend tevoorschijn gehaald om haar drinkflesje bij te vullen (zo ook enige dagen terug in Etosha, toen we allemaal naar de uitbuikende leeuwen aan het kijken waren, of als de auto zich een weg door Botswana stuitert). Als een peuter lurkt ze de hele dag aan haar fles, en ja, ook al is het nog zo warm, je zweet niet alles uit, dus moet er om de haverklap gepist worden. Aaaaahhh!

Ook A., toevallig ook uit de voormalige DDR, is een apart type. De hele dag, hoe warm ook, lange broek, overhemd met lange mouwen tot bovenaan dichtgeknoopt, pet op, flap aan de achterkant. En maar water zuipen de hele dag. Je ziet ze de hele dag sjouwen met 5 liter tanks dat het een aard heeft. Maar niet meedoen aan activiteiten, lekker in de bus blijven zitten. Aaaaahhhh! Wat kom je dan doen in Afrika!?

Om half twaalf zijn we in Maun en krijgen tot 13 uur om geld te pinnen en inkopen te doen voor de delta, de komende dagen. Alle pinautomaten werken niet met onze passen, dus wordt het geld wisselen. De mensen zijn hier niet vriendelijk, integendeel. We krijgen bijna 100 pula te weinig in het wisselkantoor, maar de truc lukt niet.
De groep wil zo snel mogelijk naar het tentenkamp waar we zullen overnachten. We weten echter dat daar niets te beleven is, dus zijn er met z'n drieën even tussenuit om nog wat winkeltjes te doen.

In het Audi Camp wordt de lunch toebereidt. Ook dat is altijd weer een ritueel, wat ontzettend veel tijd vreet.
We hebben de optie om een rondvlucht te maken over de Okavangodelta, de grootste inlandige rivierdelta ter wereld. Maxwell is echter vergeten te bellen, maar doet dat alsnog. Terwijl we wachten realiseren we ons dat we deze tijd ook in het zwembadje hadden kunnen besteden.
Dan komt het verlossende woord - we kunnen nog vliegen, en wel om 17 uur!



Het was een fantastisch mooi uurtje in de lucht - zo véél gezien: wild, landschappen, niet te beschrijven.

Het vliegveld, welke het drukste van Afrika zou zijn, was uitgestorven toen we weer geland waren. Er was geen druppel meer te krijgen, van wat dan ook. Aan de overkant hadden we echter een café gezien, waar we met zijn vieren een biertje gingen drinken, want vliegen maakt dorstig, dat is algemeen bekend. De anderen van de groep niet - de barstjes in de onderlinge verhoudingen worden al scheuren.

Na het vliegavontuur gingen we even zwemmen - eindelijk!
Na het diner nog even wat drinken in de bar van het Audi Camp. Consternatie om een cobra(atje).

Naar Botswana

8 november 2011

We krijgen een nieuwe chauffeur voor onze truck, ene Elvis. Hij laat enige tijd op zich wachten....
We komen langs het vliegveld van Windhoek, maken een stop bij een supermarkt in Gobabis (“De plaats waar mensen ruzie maken”) en arriveren om half één bij de grens van Namibië en Botswana. Eerst uitstempelen bij de Namibische grenspost (aardige mevrouw die Afrikaans met ons sprak) en een half uur later met zijn allen een stempeltje van een onvriendelijke grensmeneer van Botswana halen.
Om 14 uur hebben we een lunch tussen de koeiedrollen.

Langs de asfaltweg ligt een zanderige grasstrook van een meter of tien breed. Daarachter begint een eindeloze vlakte van struiken en lage bomen. Tussen de struiken grazen koeien, welke enigszins verstoord opkijken als we langsrijden. Het is niet druk op deze wegen, die wel geasfalteerd zijn.

Langs de weg houten telefoonpalen, Nederland in de jaren '50 van de vorige eeuw. Naast de eerder genoemde koeien graast en scharrelt er van alles langs de weg, geitjes, paarden en ezels. Handel in vee en vlees is een belangrijke inkomstenbron, na de handel in diamanten. De munteenheid van Botswana is de pula, wat ook regen betekent; 1 pula is 100 thebe (= water).

Botswana is in 1966 een onafhankelijk land geworden, daarvoor was het een Engels protectoraat. Het parlement wordt door het volk gekozen, het parlement kiest de president. Botswana en Namibië zijn qua oppervlak en inwonertal vergelijkbaar.

Om 16 uur arriveren we bij onze "lodges", genaamd Ghanzi Trail Blazers, in de Kalahari woestijn. Het zijn hutjes geconstrueerd naar het idee van de huisjes van de bosjesmannen. Wel geinig, maar erg klein en oncomfortabel. Kennelijk is het nodig om het zo te doen.

's Avonds maken we ook daadwerkelijk een wandeling met de bosjesmensen. We krijgen uitleg over hoe de knollen en wortels worden opgespeurd en opgegraven, wat te nemen bij welke kwaal, hoe je je groenten wat op kunt kruiden met mieren, hoe een vuurtje te maken met wat stokjes en een beetje stro... Grotendeels is het een circus, aan de andere kant is dit zo dicht bij de werkelijkheid als je maar kunt komen.


De oudere bosjesmensen weten niet hoe oud ze zijn, de jongere wel. Uit sommige delen van de Kalahari zijn de bosjesmensen verdreven of met geld verleid om te vertrekken. Op deze plek wordt er nog wat gedaan om de cultuur te bewaren. Alleen al dat taaltje met die klikgeluiden!!

Na het diner zijn we naar een voorstelling geweest met dans en muziek van de bosjesmensen. Het onderscheid van de verschillende liedjes (genezingsliedjes voor de zieken, maar ook liedjes over dieren) was erg minimaal. Na de voorstelling rookten de bosjesmensen een peuk uit een pakje.


Wij drinken weer een wijntje onder het uitroepen van de volgende spreuk:

Wie kommen wir zur Mitte?
Strahlenförmig...
Was trinken wir?
STICHPIMPOLIBOCKFORZELORUM
LALALA - Hey!

Link

maandag 7 november 2011

Etosha en Windhoek

6 november 2011

We hebben de hele dag in Etosha doorgebracht. We hebben zo veel moois gezien! Hyena’s, giraffen, kudu’s bij de waterpoel, een troep leeuwen die onder een boom aan het uitbuiken waren nadat ze een zebra hebben leeggegeten, de secretarisvogel, een wrattenzwijn, jakhalzen. Het was een onvergetelijke dag; wel vermoeiend dat speuren naar wild vanuit de auto, bij deze temperaturen.

We hebben vooral genoten van de meertjes - je gaat er zitten en wacht af. Een groep bokken was aan het drinken en vertrok. Toen de rust was weergekeerd kwam een leger hoenders drinken. Deze vertrokken echter plotsklaps. Heel behoedzaam kwam er een kudde kudu’s vanuit de bosjes aangeslopen. Terwijl de kudde drinkt, houdt de achterste uit de rij de boel in de gaten. Als de kudde verzadigd is vertrekt men weer even rustig en voorzichtig.




‘s Avonds hebben we, om de prachtige dag af te sluiten, op het balkon een fles witte wijn soldaat gemaakt J



7 november 2011

Vandaag hebben we ons verplaatst naar de hoofdstad Windhoek. Leuk stadje, erg Duits, niet veel over te melden. We hebben er de middag genoeglijk doorgebracht. Vanavond gaan we eten in Joe’s Beerhouse - ook al weer zo’n Lonely Planet adresje.

Tot de volgende blog!

Van Swakopmund naar Etosha

3 november 2011

De auto was weer gerepareerd! Het probleem is tijdens ons verblijf in Swakopmund verholpen, zodat we om half negen, na de eieren met spek, onze weg konden vervolgen.
Onderweg stopten we eerst bij een gestrande boot, die er al acht jaar ligt. Verder naar het noorden is de zogenaamde Skeleton Coast, waar geregeld boten niet tegen de sterke stroming tijdens eb en vloed opgewassen zijn en stranden.

We stopten ook bij een “honest shop”. Op oude olietonnen is een aantal steenzoutklompen uitgestald. Steenzout wordt in deze omgeving gewonnen. Er is geen verkoper, men vertrouwt erop dat de afnemer een bedrag van tussen de 30 en 50 Namibische dollars (1 N$ = ongeveer 10 Eurocent) achterlaat. Van het geld dat op deze manier wordt opgehaald kunnen kinderen naar school worden gestuurd.

Even verderop stopten we bij het Cape Cross Seal Reserve. Duizenden zeehonden vechten daar voor een plekje op de rotsen. Stinkie-winkie daar, niet normaal. De komende tijd worden de jonkies geboren; we hebben er al een paar gezien.
Het landschap is hier wat minder interessant. De zandvlaktes zijn wat grijzig, er groeit vrijwel niets, alleen een soort vetplantje dat er voor zorgt dat de erosie niet al te zeer plaatsvindt.

Rond één uur ’s middags een noodstop, weer ITMON (in the middle of nowhere). We blijken een kokende motor te hebben. Daar sta je dan, in de woestijn. Het water wat we hebben wordt gebruikt om de auto bij te vullen. In de tussentijd maken we een lunch. Na een uurtje lijkt alles wel weer te werken, de auto lijkt de temperatuur van de motor weer te kunnen controleren. We zien aan onze linkerhand de Brandberg, met de hoogste piek van Namibië, bijna 2600 meter boven zeeniveau. We stoppen wel, maar stappen niet uit - vele vele bijen zwermen buiten.





Binnen een kwartier is het weer mis, en goed mis. De motor kookt weer. We hebben een klein beetje beschutting van de auto, even verderop is een boom waar een paar mensen onder kunnen zitten.
Er zal een monteur komen, uit Verweggistan (Namibië is immers één van de dunst bevolkte landen ter wereld). Ook zal er een andere auto komen die ons alvast naar de lodges zal brengen.
Af en toe rijdt er een auto langs, soms stopt men om te vragen of het wel goed gaat. Aardig… Na ruim drie uur wachten komt er een auto aangescheurd met twee mannen en een vrouw erin. Dit blijken de monteurs. Ze spreken onderling Afrikaans; de context is voor ons Nederlanders te snappen maar door de snelheid waarmee het gesproken wordt is het toch lastig om het letterlijk te volgen.

Even later arriveren twee mannen van de lodges met een safaribusje. Koffers en kookgerei worden overgeladen en daar gaan we dan, eindelijk weer verder. Na een rit van een uur, met de kop in de wind, zijn we bij de lodges.

We installeren ons in de kamers, gaan eten en gaan er snel van door om nog een wijntje te drinken met Daniela en Elodie.


4 november 2011

De truck is niet gemaakt, van Maxwell geen spoor. Phumzile is niet echt het leiderstype, de communicatie is slecht, dus er gebeurt weinig en het is onduidelijk of, en zo ja hoe laat er wat zal gaan gebeuren. Ondanks het feit dat we om 7 uur al ontbijt hadden, vertrekken we pas om half tien naar de Brandberg. Tot die tijd lopen we wat rond in de tuin van het complex, spelen met een jonge springbok (Savannah) en zien een stokstaartje, die onverstoorbaar zaden zoekt in de grond.

Om 10 uur zijn we bij de Brandberg en maken een wandeling onder leiding van gids Stanley naar de White Lady, een heel erg oude rotsschildering van een sjamaan, in de jaren vijftig aangezien voor een Egyptische vrouw en daarom verkeerd benoemd.
Onderweg vertelt Stanley honderduit over de planten (bushmen grass, iron wood, mastertree, lemongrass, stinkbush, kamferbush) en de beesten (onder andere een rock dassie (lijkt op een marmot maar is zeer gerelateerd aan de olifant) en agama’s) die we zien. Het levert prachtige plaatjes op.



Uiteindelijk bereiken we, na een geklim en geklauter van jewelste, de White Lady. De rode kleuren zijn gemaakt met bloed van de olifant en eland, wit is plantaardig van origine en zwart is afkomstig van verbrand hout. De ingrediënten werden gemengd met dierlijk vet en eierschalen, waardoor de verf permanent is.
De sjamaan bestaat nog steeds, hekserij ook. Kijk een vreemde niet te lang aan, voor je het weet ben je behekst en heb je een sjamaan nodig om het weer ongedaan te maken, als dat mogelijk is. Stanley beweert niet graag in de Capruivi strip te zijn. Voor je het weet ben je behekst en heb je je leven lang een probleem.
Bij terugkomst bij de lodges is de lunch al klaar. Maxwell is er maar zonder de rode auto. Een nieuwe auto is onderweg en zal er rond 15 uur zijn, vanuit Windhoek. Na de lunch doen we de afwas en pulken wat in de neus, kopen water, wachten af en proberen niet te veel naar de sterke verhalen van Maxwell te luisteren. Het is inmiddels knap heet geworden.

Tegen 17 uur arriveert Shane (maar steeds Himba genoemd) met de witte truck. We laden de auto en vertrekken richting Etosha. Op deze wijze winnen we weer wat van de verloren tijd terug,zo wordt beweerd, hoewel later weer gezegd wordt dat het toch al de bedoeling was vandaag te verkassen. Der communicatie is vaak erg vaag.

Onderweg stoppen we bij een kraampje met prullaria - kettinkjes, houten beestjes, dat soort gefrutsel. Er staat een Himba-vrouw welke gefotografeerd mag worden tegen betaling. Schitterende uitdossing: haren ingepakt in klei, het lichaam ingesmeerd met dezelfde rode klei, mooi gezicht. Ook is er een Herero vrouw, traditioneel gekleed naar Duitse traditie. Op haar hoofd een doek met een stok, symbool voor het rund, welke rijkdom betekend.
Het dorpje achter het kraampje loopt uit: twee meiden van rond de twintig, de één zwanger en de ander met een kind van drie en nog wat jong grut voegen zich bij de groep. Jonge meiden laten zich bezwangeren, weten vaak niet wie de vader is, hebben eigenlijk geen toekomst. Het is een bekend verhal, maar toch worden we er een beetje mistroostig van. Het leven is iet eenvoudig voor deze mensen, scholing is er nauwelijks (school is 20 km van deze plek) en hun drinkgewoontes dragen ook niet bij aan een rooskleurig vooruitzicht.

Tegen 20 uur komen we aan in het park, Xaragu, waar we een tentje betrekken. Zeer eenvoudig, wel hgeel netjes, maar de faciliteiten zijn zeer basic. We eten met de groep en verorberen, naar wat later blijkt, een soort oryx-goulash. We drinken nog een biertje met Daniela en Elodie in de bar en nokken af, maar niet voordat de sterren nog een keer zijn herkend en benoemd.




5 november 2011

Na het ontbijt gaan we naar de Twyfelfontein, een fontein die het soms wel en soms niet doet. Van de fontein krijgen we niets mee, maar wel van de 2000 - 5000 jaar oude “rock engavings”, tekeningen die door de San in zandszteen zijn gekerfd met kwarts. Erg mooi en interessant, ondanks het gejakker en gejaag door de gids. Het is er erg druk, we klimmen en klauteren over rotsen, kruipen en scharrelen over paadjes,.
Ook stoppen we bij de vulkanische “bent mountains” en “organ pipes”, verticale steenformaties.
Even verderop bezoeken we een versteend woud, waar ook de Welwitschia mirabilis groeit. Deze plant komt alleen in de omgeving voor, groeit tergend traag. Er zijn exemplaren die honderden jaren oud zijn, zeer bijzonder.

Via Khorixas rijden we naar Etosha, hét wildpark van Namibië. Het landschap bestaat vooral uit geel gras, wat struiken, hier en daar een boom, en veel termietenheuvels, die rood of grijs zijn en wel 2 meter hoog kunnen worden.

In Outjo lunchen we, om kwart over vier zijn we in Etosha en rijden we het park in. We zien erg veel beesten, waarbij de zeer zeldzame zwarte neushoorn (stak de weg over!) en de olifanten bij een meertje toch wel de hoogtepunten vormden. Machtig mooi!

woensdag 2 november 2011

Swakopmund

1 november 2011

We willen niet zielig doen, want deze reis is werkelijk fantastisch, maar het is niet eenvoudig: weer ontbijt om 6 uur des ochtends. Bestemming Swakopmund.

Onderweg giraffen gezien: drie grote en een baby. Ontzettend grappig om te zien, ze zijn enorm nieuwsgierig, maar blijven toch op gepaste afstand.

Om 9 uur passeerden we de Steenbokskeerkring. Toen iedereen bij het bord was gefotografeerd gingen we verder, en stopten in een plaatsje dat Solitaire heet. Het waaide enorm, het plaatsje ligt letterlijk in het midden van nergens, je zou er een prachtige film kunnen schieten.
Er staat een bakkerijtje van ene Moose, een dikke Schot of Ier, die de geweldigste lekkernijen uit de oven tovert. Met name de appelkruimeltaart staat in elke reisgids genoemd. Ganz witzig.

Het landschap is nog steeds adembenemend mooi en verandert voortdurend. 90 km na Solitaire kwamen we door een landschap met heuvels die door van Gogh geschilderd zouden kunnen zijn, letterlijk.

Om half een hadden we een korte lunch bij het plaatsje Walvis Bay. De geneugten van het reizen met een groep… sommige mensen zijn ontzettend leuk en aardig, een verrijking. Maar er zijn er een paar bij die je het liefste een prop in de bek zou stoppen, zak over de kop, een paar bakstenen aan de enkels en laten afzinken in de zee.
Een voorbeeld: we maken de lunch zelf klaar. De broodjes, het beleg wordt vers gekocht en meteen opgegeten. Uiteraard moet er wel even wat gebeuren. Tafeltje uitklappen, bordjes neerzetten, worstjes warmen, dat soort dingen. Deze personen zijn dan ineens zeer geïnteresseerd in de structuur van de zandkorrels, proberen het aantal tenen van een zeemeeuw die op 3 kilometer hoogte langs fladdert te tellen. Als er gegeten kan worden, laden ze hun bord af en voor anderen voor de eerste keer wat gepakt hebben staan ze al voor de tweede keer te scheppen. Als er opgeruimd moet worden moeten ze plassen oder so etwas.

Van Walvis Bay naar Swakopmund was maar een klein stukje. We gingen naar een activiteiten centrum om excursies te boeken voor 2 november. C gaat met een aantal mensen naar een dolfijnencruise, P gaat sand boarden.

We hadden een groot deel van de middag vrij te besteden in Swakopmund. Je hebt niet het gevoel in Namibië te zijn, maar meer in Duitsland, met een beetje veel kleurlingen. Het is hier, zo vlak aan zee en aan de Atlantische oceaan, ook erg fris (22 graden Celsius).
We hebben wat rondgelopen, zijn bij de pier geweest en hebben koffie gedronken bij café Anton, ook al genoemd in alle reisgidsen en inderdaad erg leuk.


‘s Avonds aten we in alweer een reisgids-tentje, Kücki’s Pub. Al met al weer een erg leuke dag!
 
 
2 november 2011

Na het ontbijt scheidden onze wegen voor even - C ging op dolfijnenjacht en P zou zijn debuut maken op een sandboard.

‘s Middags geprobeerd de weblog bij te werken in café Anton - es gibt dort free WiFi! Internet is een lastig ding in dit deel van de wereld, zelfs met de gsm hebben we niet altijd verbinding met een mast, hoewel dat geen ramp is.

Van Gariep naar Sossusvlei

29 oktober 2011
Des ochtends in de vroegte werden we met een auto, als vee in de achterbak, stroomopwaarts van de Gariep gebracht, weer vlakbij de grensovergang Vioolsdrif-Noordoewer, om te gaan kanovaren. Het was een leuke vaartochtje, een beetje inspannend wel, soms ook wat wiebelig als we een stroomversnelling moesten nemen.

‘s Middags gingen we verder naar de volgende bestemming. Na verloop van tijd ging de asfaltweg (het teerpad in het Afrikaans) over in een gravelweg. De meeste snelwegen in Namibië zijn niet geasfalteerd.
Het landschap is werkelijk woest prachtig. Het verandert ook steeds, heel geleidelijk, maar toch. Na kilometers leeg land (alleen wat vergeelde graspollen en in de verte heuvels) doemen er boompjes op. Eerst ééntje, dan nog een stelletje, bij de rivierbedding is het nog wat drukker. Dan komen we in een gebied met allemaal bijzonder rotsformaties. Het lijkt wel geëtaleerd. In de verte lijkt een stoomlocomotief te rijden. Even later zien we wagons er achter, maar het is nog vaag vanwege de trillingen in de hete lucht. Het blijkt echter, later, een keten van heuvels te zijn.
Onderweg veel dieren gezien: springbokken, kudu’s, struisvogels.

We stoppen bij een kokerboom. We kennen deze boom van de plaatjes in de boeken, maar heel bijzonder om de boom nu echt te zien. Met moeite onderdrukken we een prinses-Ireentje (boomknuffel).
Na het inchecken in het Canyon Mountain Camp in Hobas vertrekken we al weer snel naar de Fish River Canyon. Het is de op één na grootste kloof ter wereld. Eerder dit jaar waren we al bij de grootste, de Grand Canyon in Arizona. We zijn gezegend…
We maken er een lange wandeling en zien de zon ondergaan. Onvergetelijk.

 
30 oktober 2011
Om 6 uur ontbijt… we hebben een lange rit (650 km) voor de boeg, en vertrekken vroeg om zo kort mogelijk in de hitte te hoeven rijden. Onderweg springbokken, red hartebeesten, bergzebra’s, een steenbok, werkelijk schitterend. 


We komen in Damaraland, waar er met klikgeluiden wordt gesproken. In Bethanie stoppen we voor een plasje. Het dorp heeft een aantal kerken, maar we kunnen nergens even binnen kijken.
Later, in Helminghausen stoppen we om inkopen te doen. In het weekeinde mag er geen alcohol verkocht worden, maar ook hier wordt er onder de toonbank wel verkocht, na bemiddeling door de gids Maxwell ...
We stoppen onderweg ook bij de kameeldoorn en een weversnest. Maxwell vertelt leuk over de Afrikaanse natuur. Je moet hem echter niet ‘s avonds treffen als hij een biertje op heeft, dan komt de politiek en zijn traditionele macho-Afrikaanse mening om de hoek zetten.

Tegen half vijf ‘s middags bereiken we het Desert Camp in de Sossusvlei, nabij Sesriem. Een prachtige omgeving, niet te beschrijven, maar gelukkig hebben we foto’s.

‘s Avonds was het bitter koud! Ook dit is Afrika, de woestijn. We blijven met twee reisgenotes bij het haardvuur en de sterren hangen, maken de illegale wijn soldaat met onze nieuwe vrienden. Gezellig!
Namibië is een tijdje een Duitse kolonie geweest. De sporen van deze tijd zijn nog volop aanwezig, in de namen van de stadjes en de mensen bijvoorbeeld. Met het Afrikaans komen wij Nederlanders echter héél ver. De mensen vinden het ook erg leuk als je Nederlands met ze praat. Onderweg hebben we een boekje gekocht met kronieken over het zuiden van Namibië, in het Afrikaans. Geweldig om te lezen, erg interessant.

31 oktober 2011

Weer om 6 uur verzamelen voor een bakkie koffie en op pad. We gaan niet ver, naar het Namib Naukluft Park in Sesriem om duin 45 te beklimmen. Dat moet vroeg, vanwege de warmte maar ook het licht: de schaduwpartijen zijn het mooist als de zon nog niet te hoog staat.  


Iedereen heeft de trip op eigen tempo gemaakt, maar we zijn wel gezamenlijk naar beneden gelopen, erg leuk. Eenmaal terug bij de truck wachtte een zeer stevig ontbijt. Een erg leuke ervaring!
Vervolgens reden we een stukje verder, stapten over in 4x4 wagens en maakten daarna een wandeling in Deadvlei. Unbeschreiblich schön!
‘s Middags hebben we in het park wat geluierd en gezwommen. Toen de ergste hitte wat weg was (de thermometer heeft 45 graden aangewezen) hebben we een wandelingetje gemaakt door de Sesriem Canyon. Deze is niet zo groot maar ook weer erg fraai.
Men beweert wel eens dat Namibië het mooiste land ter wereld is. Dat is natuurlijk nooit te zeggen, maar het staat wel vast dat dit land heel veel mooie landschappen herbergt, zeer afwisselend is, en dan hebben we nog maar een klein deel gezien. Een vette aanrader derhalve.
‘s Avonds na het eten nog wat nagetafeld met de gidsen, samen met Daniela en Elodie. Het zijn altijd dezelfde personen die het licht uitdoen… J
Het was een lange dag, maar zeer de moeite waard. Morgen weer zo vroeg op. We verkassen weer, nu naar Swakopmund.