3 november 2011
De auto was weer gerepareerd! Het probleem is tijdens ons verblijf in Swakopmund verholpen, zodat we om half negen, na de eieren met spek, onze weg konden vervolgen.
Onderweg stopten we eerst bij een gestrande boot, die er al acht jaar ligt. Verder naar het noorden is de zogenaamde Skeleton Coast, waar geregeld boten niet tegen de sterke stroming tijdens eb en vloed opgewassen zijn en stranden.
We stopten ook bij een “honest shop”. Op oude olietonnen is een aantal steenzoutklompen uitgestald. Steenzout wordt in deze omgeving gewonnen. Er is geen verkoper, men vertrouwt erop dat de afnemer een bedrag van tussen de 30 en 50 Namibische dollars (1 N$ = ongeveer 10 Eurocent) achterlaat. Van het geld dat op deze manier wordt opgehaald kunnen kinderen naar school worden gestuurd.
Even verderop stopten we bij het Cape Cross Seal Reserve. Duizenden zeehonden vechten daar voor een plekje op de rotsen. Stinkie-winkie daar, niet normaal. De komende tijd worden de jonkies geboren; we hebben er al een paar gezien.
Het landschap is hier wat minder interessant. De zandvlaktes zijn wat grijzig, er groeit vrijwel niets, alleen een soort vetplantje dat er voor zorgt dat de erosie niet al te zeer plaatsvindt.
Rond één uur ’s middags een noodstop, weer ITMON (in the middle of nowhere). We blijken een kokende motor te hebben. Daar sta je dan, in de woestijn. Het water wat we hebben wordt gebruikt om de auto bij te vullen. In de tussentijd maken we een lunch. Na een uurtje lijkt alles wel weer te werken, de auto lijkt de temperatuur van de motor weer te kunnen controleren. We zien aan onze linkerhand de Brandberg, met de hoogste piek van Namibië, bijna 2600 meter boven zeeniveau. We stoppen wel, maar stappen niet uit - vele vele bijen zwermen buiten.
Binnen een kwartier is het weer mis, en goed mis. De motor kookt weer. We hebben een klein beetje beschutting van de auto, even verderop is een boom waar een paar mensen onder kunnen zitten.
Er zal een monteur komen, uit Verweggistan (Namibië is immers één van de dunst bevolkte landen ter wereld). Ook zal er een andere auto komen die ons alvast naar de lodges zal brengen.
Af en toe rijdt er een auto langs, soms stopt men om te vragen of het wel goed gaat. Aardig… Na ruim drie uur wachten komt er een auto aangescheurd met twee mannen en een vrouw erin. Dit blijken de monteurs. Ze spreken onderling Afrikaans; de context is voor ons Nederlanders te snappen maar door de snelheid waarmee het gesproken wordt is het toch lastig om het letterlijk te volgen.
Even later arriveren twee mannen van de lodges met een safaribusje. Koffers en kookgerei worden overgeladen en daar gaan we dan, eindelijk weer verder. Na een rit van een uur, met de kop in de wind, zijn we bij de lodges.
We installeren ons in de kamers, gaan eten en gaan er snel van door om nog een wijntje te drinken met Daniela en Elodie.
4 november 2011
De truck is niet gemaakt, van Maxwell geen spoor. Phumzile is niet echt het leiderstype, de communicatie is slecht, dus er gebeurt weinig en het is onduidelijk of, en zo ja hoe laat er wat zal gaan gebeuren. Ondanks het feit dat we om 7 uur al ontbijt hadden, vertrekken we pas om half tien naar de Brandberg. Tot die tijd lopen we wat rond in de tuin van het complex, spelen met een jonge springbok (Savannah) en zien een stokstaartje, die onverstoorbaar zaden zoekt in de grond.
Om 10 uur zijn we bij de Brandberg en maken een wandeling onder leiding van gids Stanley naar de White Lady, een heel erg oude rotsschildering van een sjamaan, in de jaren vijftig aangezien voor een Egyptische vrouw en daarom verkeerd benoemd.
Onderweg vertelt Stanley honderduit over de planten (bushmen grass, iron wood, mastertree, lemongrass, stinkbush, kamferbush) en de beesten (onder andere een rock dassie (lijkt op een marmot maar is zeer gerelateerd aan de olifant) en agama’s) die we zien. Het levert prachtige plaatjes op.
Uiteindelijk bereiken we, na een geklim en geklauter van jewelste, de White Lady. De rode kleuren zijn gemaakt met bloed van de olifant en eland, wit is plantaardig van origine en zwart is afkomstig van verbrand hout. De ingrediënten werden gemengd met dierlijk vet en eierschalen, waardoor de verf permanent is.
De sjamaan bestaat nog steeds, hekserij ook. Kijk een vreemde niet te lang aan, voor je het weet ben je behekst en heb je een sjamaan nodig om het weer ongedaan te maken, als dat mogelijk is. Stanley beweert niet graag in de Capruivi strip te zijn. Voor je het weet ben je behekst en heb je je leven lang een probleem.
Bij terugkomst bij de lodges is de lunch al klaar. Maxwell is er maar zonder de rode auto. Een nieuwe auto is onderweg en zal er rond 15 uur zijn, vanuit Windhoek. Na de lunch doen we de afwas en pulken wat in de neus, kopen water, wachten af en proberen niet te veel naar de sterke verhalen van Maxwell te luisteren. Het is inmiddels knap heet geworden.
Tegen 17 uur arriveert Shane (maar steeds Himba genoemd) met de witte truck. We laden de auto en vertrekken richting Etosha. Op deze wijze winnen we weer wat van de verloren tijd terug,zo wordt beweerd, hoewel later weer gezegd wordt dat het toch al de bedoeling was vandaag te verkassen. Der communicatie is vaak erg vaag.
Onderweg stoppen we bij een kraampje met prullaria - kettinkjes, houten beestjes, dat soort gefrutsel. Er staat een Himba-vrouw welke gefotografeerd mag worden tegen betaling. Schitterende uitdossing: haren ingepakt in klei, het lichaam ingesmeerd met dezelfde rode klei, mooi gezicht. Ook is er een Herero vrouw, traditioneel gekleed naar Duitse traditie. Op haar hoofd een doek met een stok, symbool voor het rund, welke rijkdom betekend.
Het dorpje achter het kraampje loopt uit: twee meiden van rond de twintig, de één zwanger en de ander met een kind van drie en nog wat jong grut voegen zich bij de groep. Jonge meiden laten zich bezwangeren, weten vaak niet wie de vader is, hebben eigenlijk geen toekomst. Het is een bekend verhal, maar toch worden we er een beetje mistroostig van. Het leven is iet eenvoudig voor deze mensen, scholing is er nauwelijks (school is 20 km van deze plek) en hun drinkgewoontes dragen ook niet bij aan een rooskleurig vooruitzicht.
Tegen 20 uur komen we aan in het park, Xaragu, waar we een tentje betrekken. Zeer eenvoudig, wel hgeel netjes, maar de faciliteiten zijn zeer basic. We eten met de groep en verorberen, naar wat later blijkt, een soort oryx-goulash. We drinken nog een biertje met Daniela en Elodie in de bar en nokken af, maar niet voordat de sterren nog een keer zijn herkend en benoemd.
5 november 2011
Na het ontbijt gaan we naar de Twyfelfontein, een fontein die het soms wel en soms niet doet. Van de fontein krijgen we niets mee, maar wel van de 2000 - 5000 jaar oude “rock engavings”, tekeningen die door de San in zandszteen zijn gekerfd met kwarts. Erg mooi en interessant, ondanks het gejakker en gejaag door de gids. Het is er erg druk, we klimmen en klauteren over rotsen, kruipen en scharrelen over paadjes,.
Ook stoppen we bij de vulkanische “bent mountains” en “organ pipes”, verticale steenformaties.
Even verderop bezoeken we een versteend woud, waar ook de Welwitschia mirabilis groeit. Deze plant komt alleen in de omgeving voor, groeit tergend traag. Er zijn exemplaren die honderden jaren oud zijn, zeer bijzonder.
Via Khorixas rijden we naar Etosha, hét wildpark van Namibië. Het landschap bestaat vooral uit geel gras, wat struiken, hier en daar een boom, en veel termietenheuvels, die rood of grijs zijn en wel 2 meter hoog kunnen worden.
In Outjo lunchen we, om kwart over vier zijn we in Etosha en rijden we het park in. We zien erg veel beesten, waarbij de zeer zeldzame zwarte neushoorn (stak de weg over!) en de olifanten bij een meertje toch wel de hoogtepunten vormden. Machtig mooi!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten